Ik loop op mijn tenen door de wilgen heen Door brandnetels, modder en klei Ik hoop dat ik ergens een bordje zie Maar die zijn er in de Biesbosch niet bij Wat jammer nou van die bril van mij Ik raak verdwaald in het griend He, kwam er net een krokodil voorbij Ik ben min zeven bijziend
refr.: Wat is het klam, wat is het kil Ik waad door slierten kikkerdril Dat is de Biesbosch zonder bril
Alles is groen en alles is nat En het steekt en het zuigt en het prikt Alles is vuil en ik wil in bad Bah, alweer een vette rups ingeslikt